Mama van Nora,  Zwangerschap

Een bevallingsverhaal, maar dan anders, deel 2

Nog geen uur later kwamen de weeën vanzelf, en hoe. Tijdens mijn zwangerschap werd me geregeld door moeders uitgelegd hoe een wee voelt. Dat probeerden ze in ieder geval, maar niemand kwam erbij in de buurt. Ik kan dan ook niet beschrijven hoe een wee voelt, maar dat ze pijn deden kan ik je verzekeren. Ik kan er helaas geen romantisch verhaal van maken, de weeën waren pijnlijk. En ondanks dat ik door de zwangerschapsyoga het idee had dat ik de weeën onder controle kon houden, was dit helaas niet het geval. Toen ik vroeg om pijnstilling, was het advies een ruggenprik. Vooral omdat de ontsluiting rond de 5 centimeter lag, kon het nog lang duren.

De verpleegkundige belde naar de o.k., omdat daar de ruggenprik door de anesthesist wordt gegeven, maar helaas was er op dat moment geen plek. Het kon ook nog lang duren, voordat ik aan de beurt zou zijn. Ik gaf aan dat ik het zo niet lang zou volhouden, bij elke wee kneep ik de beugel naast het bed fijn. Mijn vriend die heel lief aangaf dat ik moest doorademen, kon ik wel iets doen. Ik kon niet meer puffen of doorademen, het ging gewoon niet meer. De verpleegkundige stelde een remifentanylpompje voor, vroeger was dit een morfinepompje. Remifentanyl valt in dezelfde groep medicatie als morfine, maar omdat het nog niet officieel is geregistreerd als pijnbestrijding tijdens de bevalling moest ik hier wel uitdrukkelijk toestemming voor geven. Tijdens de zwangerschap hadden we deze informatie al gekregen, daarom wist ik meteen dat ik als het nodig zou zijn ik geen problemen met de remifentanyl zou hebben. Mijn voorkeur ging uit naar lachgas, omdat dit voor mijn gevoel de minste nadelen heeft als pijnbestrijding. Maar dit werd alleen toegediend door verloskundigen bij een thuisbevalling of wanneer je zonder medische indicatie in het ziekenhuis bevalt. De pijn van de weeën bleef goed aanwezig, maar de pijnstillers haalden de scherpe randjes er vanaf. Mijn vriend zei op een gegeven moment: “druk toch wat vaker op die knop.” Vanaf dat moment heb ik geregeld op de knop van geduwd, waardoor de pijnstiller wordt toegediend.

Eindelijk na 1,5 uur was het tijd om naar de o.k. te gaan voor een ruggenprik, maar de verpleegster koppelde in de kamer de remifentanylpomp al af. En het duurde nog zeker een half uur voordat ze begonnen met het plaatsen van de prik en daarna nog een half uur voordat het zou gaan werken. Op weg naar de o.k. kwamen de weeën terug, voor mijn gevoel waren ze erger dan voordat ik de medicatie had gekregen. Ik hield het niet meer vol, bij elke wee zei ik tegen mijn vriend: “ik kan dit niet nog eens.” Maar de weeën bleven komen en ik kon niet anders dan in de beugel van mijn bed knijpen en mijn ogen dicht houden. Mijn bed werd in een ruimte gezet waar meerdere mensen op een bed lagen, maar ik kreeg er weinig van mee en het kon me ook niets meer schelen. Na een tijdje kwam de anesthesist en die gaf aan dat ik tussen de weeën door rechtop moest gaan zitten. Maar er was geen tussen de weeën door. Het voelde voor mij onmogelijk om rechtop te gaan zitten, maar op de een of andere manier is het gelukt. Er werd nog eens benadrukt dat ik ontzettend stil moest blijven zitten, ik dacht alleen maar: “probeer jij maar eens stil te zitten als je zoveel pijn hebt en SCHIET OP!” Ik hoorde een paar keer dat iemand zei: “je doet het super, je zit goed stil.” Bij iedere wee kneep ik in de handen van mijn vriend en schreeuwde ik, omdat ik anders niet wist hoe ik stil moest blijven zitten. Van de andere mensen in mijn omgeving kreeg ik zeer weinig mee. Toen de prik gezet was zei de anesthesist: “binnen een kwartier tot half uur wordt de pijn beduidend minder.” Ik begon te rillen en had het ontzettend koud, waarop er meer dekens bovenop me werden gelegd. Na een half uur had ik nog steeds veel pijn, dus de belofte van de anesthesist was niet helemaal waar. Drie kwartier na het zetten van de ruggenprik was de pijn aanzienlijk afgenomen. Ik was zo ontzettend moe, ik wilde graag even gaan slapen nu de pijn wat minder was.

Voordat ik mijn kamer weer werd ingerold, werden de extra dekens afgenomen met als commentaar: “dadelijk krijg je koorts en dan moeten we je antibiotica geven.” Dit zorgde ervoor dat ik het koud kreeg. De verloskundige kwam kijken hoeveel ontsluiting ik had, ze vroeg: “hoeveel centimeter wil je hebben?” Ik zei: “nee geen 10, ik wil zo graag slapen.” De verloskundige gaf aan dat ik 10 centimeter ontsluiting had en dat ik niet mocht gaan slapen. We zouden nog even wachten, omdat de baby nog niet volledig beneden lag en om mijn lichaam wat meer rust te geven. Wanneer ik een wee voelde mocht ik voorzichtig mee duwen. Ik voelde de weeën wel nog goed, ook kon ik mijn benen nog gewoon bewegen. De ruggenprik zorgde er wel voor dat de weeën geen pijn meer deden. Maar een beetje mee duwen, klonk wel heel vreemd en het voelde ook raar.

Een uur later kwam de verloskundige terug, dit was het moment waarop ik zou gaan mogen persen. Er werd een draadje op het hoofd van de baby geplaatst om de hartslag te kunnen blijven meten tijdens de bevallen. En er werden nog een paar laatste controles gedaan, waaruit bleek dat ik koorts had. Helaas betekende dit dat ik antibiotica kreeg en nog een uur moest wachten totdat de bevalling daadwerkelijk zou gaan beginnen. De koorts kon van de ruggenprik komen, maar omdat het ook een infectie kon zijn kreeg ik de antibiotica om Nora te beschermen.  Om 20.00 uur was het zover, ik mocht beginnen met persen. Ik had geen flauw idee wat ik moest doen. De verloskundige vertelde me dat ik mijn benen vast moest pakken en dan 5 tellen lang moest persen. Dit moest ik drie keer achter elkaar toen en daarna had ik even pauze. Ik deed mijn best en ik kon het goed volhouden, maar ik had geen flauw idee wat ik deed. Toch bleef de verloskundige benoemen hoe goed ik het deed, waarop ik aangaf dat ze dit vast tegen iedereen vertelde. De verpleegkundige keek me aan en zei: “voor iemand die niet weet wat die doet, doe je het echt goed.” Ik kon alleen maar denken aan onze dochter en hoe graag dat ik haar wilde zien.

Na bijna een uur persen benoemde de verloskundige dat ze de gynaecoloog moest gaan bellen, zeker omdat Nora nog steeds een hartslag van gemiddeld 180 had. Ik maakte me er op dat moment niet zo druk over. Dezelfde man die ik al geregeld had gezien kwam binnen, benoemde dat hij even mee kwam kijken. Even later zei hij: “met jullie kindje gaat het nu nog goed, ik kan niet garanderen dat dit zo blijft. Zeker gezien haar hartslag ga ik jou een stukje helpen.”

Nou mensen ik dacht dat mijn bevallingsverhaal wel in 2 delen geschreven kon worden, maar het wordt echt te lang als ik het helemaal wil beschrijven. Volgende week komt het derde en laatste deel online!

Liefs,

Melanie

Ik ben Melanie en ik ben 27 jaar. Ik werk in de jeugdzorg en heb een prachtige dochter van 8 maanden. Ik woon samen met mijn vriend en onze dochter. Je kunt me enthousiast horen vertellen over een goede thriller, want ik lees heel veel en graag. Ik ben gek op lekker eten, maar wil ook een goed figuur hebben. Wie heeft dat probleem nou niet? Daarnaast ga ik het liefst minimaal 3x per jaar op vakantie, het liefst ook nog aan de andere kant van de wereld. Het heeft wel veel tijd en overtuigingskracht nodig om mijn vriend ook zover te krijgen. En doe ik graag leuke dingen met familie en vrienden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *